De materialen van morgen
De klimaatimpact van een gebouw is een balans tussen energie- en materiaalgebruik. Dat vraagt om een specifieke manier van ontwerpen. Charley Meyer, specialist bouwfysica en duurzaamheid, en Jelle Roks, ontwerpleider en een van de grondleggers van ABT’s meerjarenplan 2030, delen hun visie op de materialen van morgen.
Voorbij de energietransitie
“Energiebesparing was ooit de kern van duurzaam bouwen. Nu is dat onvoldoende. Het gebruik van de juiste materialen in de juiste hoeveelheden is een belangrijke sleutel voor klimaatpositief bouwen”, begint Jelle. Klimaatpositief bouwen is de kern van het meerjarenplan 2030 van ABT. Een ambitie die vraagt om een verschuiving in denken. “Wij noemen dit CO2-gestuurd ontwerpen: ontwerpen met de CO2-uitstoot over de hele levenscyclus als leidraad. Oftewel de Whole Life Carbon-aanpak.”
Handelen op elementniveau
Het grootste verschil binnen deze aanpak maak je niet in de uitvoeringsfase. Dat doe je aan het begin, vertelt Charley, als de comfort- en prestatie-eisen op tafel liggen.
“Die stellen wij structureel ter discussie, niet om kwaliteit te verlagen, maar om te achterhalen of ze echt noodzakelijk zijn. Hierbij challengen we wet- en regelgeving. Als een bepaalde regel kelderisolatie voorschrijft, vragen wij: waarom eigenlijk? Wat is in dit project de toegevoegde waarde?”
Deze denkwijze leverde bij de renovatie van het SL2-gebouw van de Universiteit Utrecht een opvallende uitkomst op. De universiteit stelde hoge geluidseisen aan de nieuwe binnenwanden waardoor hergebruik van de bestaande wanden niet mogelijk leek. ABT deed metingen, organiseerde een proefopstelling met de leverancier en ontdekte dat de wanden, na wat kleine aanpassingen, toch herbruikbaar waren.
Charley: “Als je op voorhand een goed gesprek voert over het waarom van bepaalde eisen, ontdek je dat er vaak meer ruimte is dan gedacht.” Jelle vult aan: “Hierbij maken we ook zelf een shift. Zetten we voorheen alleen in op 100% duurzame of geoogste materialen, nu zeggen we: toepassen waar het kan, en zoeken naar een passend alternatief waar het niet kan. Elke stap vooruit is er één en zo maakje de projectambitie minder zwart-wit. Door op elementniveau te handelen, leggen we een stevigeduurzaamheidsbasis.”
Stelling nemen
ABT neemt een heldere positie in het materialendebat in: geen voorkeur voor één materiaal, maar de eerlijkste keuze voor elke situatie. “Dit is een bewuste stellingname tégen het automatisme van de bouw, waarin men al snel grijpt naar het bekende. We zoeken steeds naar de beste oplossing, en vullen wat al kan aan met innovaties en een andere manier van denken”, licht Charley toe. Volgens Jelle is dat typisch ABT: “Dingen doen voordat ze mainstream worden, zit in ons karakter.”
Een goed voorbeeld is het initiatief ABT Paris Proof Concrete (PPC). Jelle: “Beton is een zeer goed bouwmateriaal dat je nu eenmaal niet overal door hout kunt vervangen. Als je van ontwerp tot uitvoering de juiste keuzes maakt, kun je ook met beton Paris Proof bouwen.” Bij het Amsterdamse woningbouwproject ASTR werd dit concreet: “Hier hebben we geanalyseerd wat er nodig was om de toepassing van groen beton mogelijk te maken te maken. Daarnaast hebben we, als onderzoek, ook gekeken welke mengsels er uit de kast gehaald moeten worden om te voldoen aan de Paris Proof-doelstellingen. De conclusie: het is haalbaar!”
In het project ASTR (vier woongebouwen in Amsterdam Buiksloterham op een gezamenlijke ondergrondse parking) passen we in het betonskelet een milieuvriendelijk cement toe met een hoog percentage recyclaat. Render: © Office Winhov
Veel potentie
Kijkend naar de materialen van morgen kun je niet om hout heen. “Hout biedt uiteraard volop duurzaamheidskansen, maar vraagt wel echt aandacht vanuit alle technische disciplines”, aldus Charley. “Toch zien wij steeds meer mogelijkheden, ook in minder voor de hand liggende gebouwen.” Zo blijkt bij het project Breman Installatiegroep in Genemuiden: een van de eerste houten industriehallen in Nederland, waarbij hoge duurzaamheidsambities zijn waargemaakt. Jelle vertelt: “Wat dit project goed laat zien, is het belang van handelen op elementniveau. Alleen daar waar de constructieve eisen hout uitsloten, is gekozen voor staal. Zo wordt het materiaal toegepast passend bij de functie van het gebouw.”
Ook het hergebruik van staal biedt veel potentie. Via de intern ontwikkelde tool SteelMatch bleek bijvoorbeeld bij Schouwburg Ogterop 40% van het staal herbruikbaar. Tegelijkertijd kent hergebruik van geoogst materiaal ook uitdagingen. Charley noemt het Paleis van Justitie in Den Haag als voorbeeld: “Het uitgangspunt is hier: zoveel mogelijk hergebruik van bestaande materialen, daarna kiezen voor biobased alternatieven, ténzij brandveiligheid, akoestiek of bouwfysica dat niet toelaten. Er moet hier dan ook veel geoogst worden, maar waar laat je dit materiaal als je dat niet direct kunt plaatsen? Om de materiaalopslag in goede banen te leiden en de mogelijkheid van lokale hubs te onderzoeken, lopen er gesprekken met onder meer het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente.”
Tools die het verschil zichtbaar maken
Om CO2-gestuurd ontwerpen in de praktijk te brengen, heeft ABT samen met andere Oosterhoff-organisaties eigen tooling ontwikkeld. Tools zoals de Milieu-Impact Monitor en de Milieu-Impact Ontwerp maken, vroeg in het proces, de CO2-voetafdruk van verschillende ontwerpvarianten zichtbaar.
Nieuw is de Inventarisatietool die mede-ontwikkeld wordt door Oosterhoff- innovatieplatform Quake. Er loopt nu een pilot met een smartphoneapplicatie waarmee ABT-collega’s tijdens gebouwinspecties foto’s maken, elementen op de plattegrond aanwijzen en relevante informatie vastleggen. De data belanden automatisch in de centrale oogstkaart, klaar voor gebruik in het ontwerpproces. Charley: “Met deze kaarten brengen we herbruikbare materialen in bestaande gebouwen vroegtijdig in kaart en leggen we een stevige basis onder circulair bouwen.”
“Dingen doen voordat ze mainstream worden, zit in ons karaker.”
Een andere methode die ABT inzet, is de circulaire kansenkaart, toegepast bij onder meer bij de Broedplaats Performing Arts Breda: een bestaande hal die wordt getransformeerd tot een plek voor culturele activiteiten, omringd door nieuwe woningen. Charley: “De ambities zijn hoog. Vanuit het bestaande gebouw behouden we onder andere de begane grondvloer, staalelementen en inrichting. Wat we extra nodig hebben, willen we oogsten uit andere projecten en circulaire marktplaatsen. De circulaire kansenkaart geeft een overzicht van beschikbare elementen en materialen, met bijbehorende CO2-reductie ten opzichte van conventionele nieuwbouw. Zo wordt circulariteit van meet af aan meegewogen.”
Broedplaats Performing Arts Breda. Hergebruik van (constructie)materialen uit de bestaande hal en een donorgebouw elders in Breda, in combinatie met een installatie-arm ontwerp binnen een scherp bouwbudget, maakt het project technisch en procesmatig uitdagend. Render: © Civic architects
Regelgeving: stimulans én struikelblok
Wet- en regelgeving speelt een groeiende rol bij materiaalkeuzes. De aanscherping van de MPG-norm is daarbij een belangrijke ontwikkeling. “Al zijn wij vaak strenger voor onszelf dan de wettelijke lat, die ligt dan lager dan onze eigen ambities”, geeft Jelle aan. Een opvallend knelpunt zit in de regels rondom staalhergebruik. “Hier wordt gemeten met twee maten. Voor nieuw staal ligt de lat sky high. Maar oogst je dat staal na een jaar gebruik en pas je het elders toe dan gelden ineens soepelere normen. Vanuit ABT nemen diverse collega’s deel aan normcommissies; zo houden we een vinger aan de pols en borgen we de praktische toepasbaarheid.” Verder ziet Jelle kansen voor CO2-doorbelasting: “Op Europees niveau bestaat het Emissions Trading System, ETS, waarbij bedrijven betalen voor hun operationele CO2-uitstoot. Trek je dit principe door naar bouwmaterialen dan verandert de businesscase voor circulair bouwen ingrijpend.”
De ambitie vasthouden
Het grootste risico voor elke duurzaamheidsambitie is niet de techniek of de regelgeving. Het is de keten, zo vinden de twee collega’s. Bij elke schakel, van ontwerper naar aannemer naar leverancier, kan die ambitie afbrokkelen. Jelle: “De oplossing zit in een pragmatisch begin: niet alleen zwart-wit naar de duurzaamheidsambities kijken met één variant, maar het vliegwiel aanzwengelen met haalbare concepten als fall-back scenario’s. Op het moment dat je gewoon begint, komt er beweging. En de ene beweging leidt tot de andere.”
Voor beiden is de stip op de horizon helder. Charley: “Ik hoop dat over tien jaar duurzaamheid in projecten echt prioriteit heeft bóven kosten.” Jelle scherpt dit aan: “Ik wil dan een project gerealiseerd hebben waarbij de duurzaamheidsambitie bij oplevering hóger uitvalt dan in het ontwerp. Dat lukt als we de uitgangspunten aanscherpen, durven afwijken van het bekende én in onze oplossingen niet alleen de actuele problematiek meenemen, maar ook de urgentie van toekomstige materiaalschaarste.”
Dit artikel is gepubliceerd in de Zomer 2026 editie van ABT Magazine.